Art. 28 Verordening (EEG) nr. 2328/91
1. Voor zover de financiering hiervan niet wordt toegestaan in het kader van Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (;), kunnen de Lid-Staten in de gebieden waar dit nodig blijkt, met het oog op een goede uitvoering van de desbetreffende acties, een bijzondere steunregeling invoeren ter verbetering van de
(;) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 21.
agrarische vakbekwaamheid van degenen op wie de maatregelen als bedoeld in de artikelen 3 en 5 tot en met 16 van toepassing zijn alsmede van de jonge landbouwers die nog geen 40 jaar oud zijn.
Deze regeling kan voorzien in:
- cursussen of stages voor vakopleiding en voortgezette vakopleiding ten behoeve van bedrijfshoofden, medewerkende gezinsleden en landbouwwerknemers die niet meer schoolplichtig zijn, alsmede in bijscholingscursussen of -stages ten behoeve van deze personen met het doel de landbouwers voor te bereiden op de kwalitatieve omschakeling van de produktie, op de toepassing van produktiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen van natuurbehoud en op de bosbouwexploitatie van de beboste percelen van hun bedrijf;
- opleidingscursussen of -stages voor leidinggevend personeel en beheerders van producentengroeperingen en cooeperaties, voor zover deze nodig zijn voor de verbetering van de economische organisatie van de producenten, alsmede van de verwerking en afzet van landbouwprodukten in het betrokken gebied;
- de bijscholingscursussen die nodig zijn om het in artikel 10 bedoelde beroepsopleidingsniveau te bereiken en die ten minste 150 lesuren moeten omvatten.
2. De in lid 1 bedoelde steunregeling voorziet in de toekenning van steun voor:
a) het bijwonen van cursussen of stages,
b)
het organiseren en houden van cursussen en stages.
3. Van de uitgaven die door de Lid-Staten worden gedaan voor de toekenning van de in lid 2, onder a) en b), bedoelde steun, komt voor vergoeding uit het Fonds maximaal in aanmerking 7 020 ecu per persoon die een volledige cursus of stage heeft gevolgd, waarvan 2 507 ecu uitsluitend betrekking heeft op de bijscholingscursussen of -stages inzake omschakeling van de produktie, toepassing van met natuurbehoud verenigbare produktiemethoden en de exploitatie van beboste grond.
De in dit artikel bedoelde maatregelen gelden niet voor cursussen of stages die een onderdeel vormen van normale programma's of leergangen van het middelbaar of hoger landbouwonderwijs.