Art. 7 Richtlijn 91/440/EEG
1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling van de nationale spoorweginfrastructuur waarbij zij, zo nodig, de algemene behoeften van de Gemeenschap in aanmerking nemen.
Zij zien erop toe dat de veiligheidsnormen en -voorschriften worden vastgesteld en dat de toepassing ervan gecontroleerd wordt.
2. De Lid-Staten kunnen de spoorwegondernemingen of elke andere beheerder belasten met het beheer van de spoorweginfrastructuur, en met name met de verantwoordelijkheid voor de investeringen, het onderhoud en de financiering die dit beheer uit technisch, commercieel en financieel oogpunt behelst.
3. De Lid-Staten kunnen voorts de beheerder van de infrastructuur, met inachtneming van de artikelen 77, 92 en 93 van het Verdrag, financiële middelen verstrekken die voldoende zijn in verhouding tot de taken, de omvang en de financiële behoeften, met name om nieuwe investeringen te dekken.