Art. 4 Richtlijn 91/440/EEG
De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de spoorwegondernemingen op het stuk van bestuur, beheer, administratie en interne administratieve, economische en boekhoudkundige controle een onafhankelijke rechtspositie hebben, volgens welke zij met name beschikken over een vermogen, een begroting en een boekhouding die gescheiden zijn van die van de Staten.