Art. 1 Verordening (EEG) nr. 3492/90
1. De jaarrekeningen worden opgesteld voor elk produkt waarvoor een interventiemaatregel inzake openbare opslag wordt vastgesteld .
Deze rekeningen bevatten afzonderlijk de volgende categorieën elementen :
a) de opeenvolgende uitgaven voor materiële verrichtingen die voortvloeien uit de aankoop van het produkt door de interventiebureaus;
b) de rentekosten voor de middelen die door de Lid-Staten voor de aankoop van interventieprodukten worden vastgelegd;
c) het verschil tussen, enerzijds, de waarde van de van het vorige boekjaar overgeboekte hoeveelheden en de waarde van de ingeslagen hoeveelheden, na verrekening van de onder d ) bedoelde afschrijving en, anderzijds, de waarde van de hoeveelheden die zijn uitgeslagen en die welke zijn overgeboekt naar het volgende boekjaar, alsmede eventuele andere uitgaven en ontvangsten;
d) de bedragen die voortvloeien uit de afschrijvingen bedoeld in artikel 8 van Verordening ( EEG ) nr . 1883/78 .
De lijst van de onder a ) bedoelde uitgaven en bijzonderheden over de andere onder c ) bedoelde uitgaven en inkomsten zijn in de bijlage opgenomen .
De kosten die verband houden met vervoer binnen of buiten het grondgebied van de Lid-Staat worden goedgekeurd volgens de procedure van artikel 26 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 ( 9 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1340/90 ( 10 ), of, al naar gelang het geval, van het overeenkomstige artikel van de andere verordeningen houdende gemeenschappelijke marktordeningen, en worden overeenkomsitg het bepaalde onder a ) geboekt .
2. Voor de boeking van de verschillende uitgaven en ontvangsten is, behoudens bijzondere volgens de procedure van artikel 8 vastgestelde bepalingen, het ogenblik bepalend van de materiële verrichting die uit de interventiemaatregel voortvloeit .
3. Wanneer een rekening een creditsaldo vertoont, wordt dit saldo afgetrokken van de uitgaven van het lopende boekjaar .