Art. 10 Verordening (EEG) nr. 2377/90

Verordening (EEG) nr. 2377/90

1. Wanneer naar de in dit artikel beschreven procedure wordt verwezen, wordt de zaak door de voorzitter, op eigen initiatief of op verzoek van een Lid-Staat, aan het Comité voor de aanpassing aan de technische vooruitgang van de richtlijnen inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik voorgelegd.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt dit Comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het Comité brengt advies over het ontwerp uit binnen de termijn die de voorzitter vaststelt aan de hand van de urgentie van de aangelegenheid. Het Comité besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig artikel 148,

lid 2, van het Verdrag. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

3. a) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij met het advies van het Comité in overeenstemming zijn.

b)

Wanneer de beoogde maatregelen niet met het advies van het Comité in overeenstemming zijn of wanneer een advies ontbreekt dient de Commissie onverwijld een voorstel bij de Raad in over de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

c)

Heeft de Raad 15 dagen nadat bij hem voorstellen zijn ingediend, geen maatregelen genomen, dan worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen