Art. 21 Richtlijn 90/675/EEG

Richtlijn 90/675/EEG

1. Wanneer een bevoegde autoriteit van een Lid-Staat gezien de uitkomsten van de controles op de plaats van afzet van de produkten van oordeel is dat de bepalingen van deze richtlijn in een inspectiepost aan de grens, een van de in artikel 4, lid 2, onder i), bedoelde doorlaatposten, een vrijhaven of een vrije zone bedoeld in artikel 5 of een vrij entrepot bedoeld in artikel 6 in een andere Lid-Staat niet in acht worden genomen, treedt zij onverwijld met de bevoegde centrale autoriteit van die Lid-Staat in contact. Deze autoriteit treft alle nodige maatregelen en doet de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Lid-Staat mededeling van de aard van de verrichte controles, van de genomen besluiten en van de gronden daarvan.

Indien de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Lid-Staat vreest dat deze maatregelen ontoereikend zijn, zoekt zij met de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat, in voorkomend geval door een bezoek ter plaatse, naar de wegen en middelen om de situatie te verhelpen.

Wanneer bij de in de eerste alinea vermelde controles herhaalde inbreuken op de bepalingen van deze richtlijn worden geconstateerd, stelt de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van bestemming de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de overige Lid-Staten daarvan in kennis.

De Commissie kan, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van bestemming of op eigen initiatief, gezien de aard van de geconstateerde overtredingen:

- in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten een inspectiemissie ter plaatse zenden,

- de bevoegde autoriteit verzoeken de controles in de betrokken inspectiepost aan de grens, plaats van doorgang, vrijhaven, vrije zone of vrij entrepot te verscherpen.

In afwachting van de conclusie van de Commissie moet de in het geding gebrachte Lid-Staat, op verzoek van de Lid-Staat van bestemming, de controles in de in het geding gebrachte inspectiepost aan de grens, de plaats van doorgang, de vrijhaven, de vrije zone of het entrepot verscherpen.

De Lid-Staat van bestemming kan zijnerzijds de controles ten aanzien van produkten van dezelfde herkomst intensiveren.

De Commissie moet, op verzoek van een van de betrokken Lid-Staten, en indien de in de vierde alinea, eerste streepje, bedoelde inspectie de tekortkomingen bevestigt, volgens de procedure van artikel 23 passende maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten zo spoedig mogelijk worden bevestigd of herzien volgens dezelfde procedure.

2. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de rechtsmiddelen voorzien bij de wetgeving van de Lid-Staten tegen de beslissingen van de bevoegde autoriteiten.

De door de bevoegde autoriteit getroffen beslissingen moeten, met opgave van redenen, worden medegedeeld aan de door deze beslissing getroffen handelaar of aan diens gemachtigde.

Indien de betrokken handelaar of diens gemachtigde daarom verzoekt, moeten de met redenen omklede beslissingen hem schriftelijk worden medegedeeld met opgave van de rechtsmiddelen die de wetgeving van de Lid-Staat van controle voor hem openstelt, alsmede van de vorm en de termijnen waarbinnen deze rechtsmiddelen moeten worden ingesteld.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.