Art. 19 Richtlijn 90/675/EEG
1. Indien zich op het grondgebied van een derde land een in Richtlijn 82/894/EEG (1) vermelde ziekte, een zooenose of een ziekte of een risico voordoet of verspreidt waaraan ernstige gevaren voor de gezondheid van mens en dier kunnen zijn verbonden, of indien zulks om andere ernstige veterinairrechtelijke redenen of in verband met de bescherming van de volksgezondheid is gerechtvaardigd, met name wegens door haar veterinairs gedane constateringen, stelt de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een Lid-Staat onverwijld, naar gelang van de ernst van de situatie, een van de volgende maatregelen vast:
- schorsing van de invoer uit het gehele grondgebied van het betrokken derde land of een deel daarvan en, in voorkomend geval, van het derde land van doorvoer,
- vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de produkten afkomstig uit het gehele grondgebied van het betrokken derde land of een deel daarvan.
2. Indien bij een van de controles voorzien bij deze richtlijn blijkt dat een partij produkten een gevaar kan vormen voor de gezondheid van mens of dier neemt de bevoegde veterinaire autoriteit onmiddellijk de volgende maatregelen:
- beslag en vernietiging van de betrokken partij,
- onmiddellijke kennisgeving aan de andere inspectieposten aan de grens en aan de Commissie van de gedane constateringen en van de oorsprong van de produkten overeenkomstig artikel 16, lid 5.
3. De Commissie kan in het in lid 1 bedoelde geval conservatoire maatregelen nemen ten aanzien van de in artikel 12 bedoelde produkten.
4. Vertegenwoordigers van de Commissie kunnen zich onmiddellijk ter plaatse begeven.
5. Voor wat betreft de produkten waarvoor de regels inzake de invoer nog niet zijn geharmoniseerd, kan een Lid-Staat, wanneer hij de Commissie officieel in kennis stelt van de noodzaak om vrijwaringsmaatregelen te nemen en laatstgenoemde geen gebruik heeft gemaakt van de bepalingen van de leden 1 en 3 of de aangelegenheid niet overeenkomstig lid 6 heeft voorgelegd aan het Permanent Veterinair Comité, conservatoire maatregelen treffen ten aanzien van de betrokken produkten.
Wanneer een Lid-Staat conservatoire maatregelen neemt ten aanzien van een derde land of een inrichting van een derde land, overeenkomstig dat lid, stelt hij de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis overeenkomstig artikel 16, lid 5.
6. De Commissie bespreekt de situatie zo spoedig mogelijk in het Permanent Veterinair Comité. Zij kan volgens de procedure van artikel 23 de nodige besluiten nemen, met inbegrip van besluiten inzake het intracommunautaire verkeer van de betrokken produkten en de doorvoer.
7. De besluiten tot wijziging, intrekking of verlenging van de maatregelen genomen krachtens de leden 1, 2, 3 en 6 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 23.
8. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot dit hoofdstuk worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.