Art. 16 Richtlijn 90/675/EEG

Richtlijn 90/675/EEG

1. Wanneer de bevoegde autoriteit bij de in deze richtlijn omschreven controles constateert dat de produkten niet aan de voorwaarden van de communautaire voorschriften of, voor gebieden waarvoor nog geen harmonisatie op communautair niveau heeft plaatsgevonden, aan de voorwaarden van de nationale voorschriften voldoen, of wanneer blijkt dat onregelmatigheden zijn begaan, besluit de bevoegde autoriteit na overleg met de importeur of diens vertegenwoordiger om:

a) of wel de partij binnen een door de bevoegde nationale autoriteit vast te stellen termijn door te zenden naar een plaats die buiten het in bijlage I omschreven grondgebied gelegen is, wanneer veterinairrechtelijke en gezondheids-

overwegingen zich daar niet tegen verzetten.

In dat geval moet de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens:

- de andere inspectieposten aan de grens er overeenkomstig lid 5 van in kennis stellen dat de partij is geweigerd, met opgave van de geconstateerde overtredingen;

- het veterinaire certificaat of document dat de geweigerde partij vergezelt, intrekken op de wijze die moet worden gepreciseerd volgens de procedure van artikel 24;

- de Commissie, volgens een nader te bepalen frequentie, via de bevoegde centrale autoriteit in kennis stellen van de aard en de frequentie van de geconstateerde overtredingen;

b) of wel, indien het onmogelijk is de partij door te zenden, deze te vernietigen op het grondgebied van de Lid-Staat waar de controles worden uitgevoerd.

2. Onverminderd de mogelijkheden geboden bij artikel 24, lid 5, derde alinea, van Richtlijn 72/462/EEG en artikel 8, lid 1, onder b), eerste streepje, van Richtlijn 90/425/EEG kunnen volgens de procedure van artikel 24 afwijkingen van lid 1 van het onderhavige artikel worden vastgesteld, met name om het mogelijk te maken dat de produkten voor andere doeleinden dan voor menselijke consumptie worden gebruikt. In het kader van deze afwijkingen worden volgens dezelfde procedure de voorschriften met betrekking tot de controle op het gebruik van de betrokken produkten vastgesteld.

3. De kosten in verband met het doorzenden van de partij, het vernietigen ervan of het gebruik van de produkten voor andere doeleinden komen ten laste van de importeur of diens vertegenwoordiger.

4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

5. De bepalingen met betrekking tot de informatie van de Lid-Staten worden vastgesteld in het kader van het programma voor de ontwikkeling van de automatisering van de veterinaire invoerprocedures (Shift-project).

6. De bevoegde autoriteiten doen, in voorkomend geval, mededeling van de gegevens waarover zij beschikken overeenkomstig Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21 november 1989 betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de Lid-Staten en samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing van de veterinaire en zooetechnische wetgeving (1).

Uitspraken die dit artikel aanhalen