Art. 22 Richtlijn 90/675/EEG
1. Iedere Lid-Staat stelt een programma op voor de uitwisseling van ambtenaren die bevoegd zijn voor het verrichten van controles op produkten uit derde landen.
2. De Commissie cooerdineert in het Permanent Veterinair Comité, samen met de Lid-Staten, de in lid 1 genoemde programma's.
3. De Lid-Staten treffen alle maatregelen die nodig zijn om de uitvoering van de programma's die uit de in lid 2 bedoelde cooerdinatie voortvloeien, mogelijk te maken.
4. De uitvoering van de programma's wordt jaarlijks in het Permanent Veterinair Comité aan de hand van verslagen van de Lid-Staten besproken.
5. De Lid-Staten houden met de opgedane ervaring rekening om de uitwisselingsprogramma's te verbeteren en verder te ontwikkelen.
6. De Gemeenschap kan met het oog op een doeltreffend verloop van de uitwisselingsprogramma's financiële bijstand verlenen. De bepalingen inzake de financiële bijstand van de Gemeenschap en de geraamde uitgaven daarvoor ten laste
van de begroting van de Gemeenschap zijn vastgesteld bij Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1).
7. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1, 4 en 5 worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.