Art. 7 Richtlijn 90/539/EEG
Voor broedeieren gelden op het tijdstip van verzending de volgende eisen:
1. indien zij uit een Lid-Staat afkomstig zijn, moeten zij:
a) afkomstig zijn van koppels:
- die sedert meer dan zes weken hebben verbleven in een of meer inrichtingen in de Gemeenschap, bedoeld in artikel 6, punt 1, onder a),
- die, indien inenting is vereist, ingeënt zijn onder de in bijlage III vastgestelde voorwaarden;
- die aan een gezondheidsinspectie door een officiële dierenarts of een bevoegd dierenarts onderworpen zijn geweest gedurende de 24 uur voorafgaande aan de verzending en die op het moment van dit onderzoek geen klinische ziektesymptomen vertonen noch van besmetting worden verdacht;
b)
overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1868/77 van de Commissie geïdentificeerd zijn;
c)
overeenkomstig de instructies van de officiële dierenarts ontsmet zijn;
2. indien zij uit een derde land afkomstig zijn, moeten zij ingevoerd zijn overeenkomstig de in hoofdstuk III vastgestelde voorwaarden.