Art. 2

In deze richtlijn worden onder "officiële dierenarts" en derde land" de officiële dierenarts en het derde land verstaan in de zin van Richtlijn 72/462/EEG.

Voorts wordt verstaan onder:

1. pluimvee: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten en patrijzen, die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, voor de produktie van vlees of van consumptie-eieren of om in het wild te worden uitgezet;

2. broedeieren: eieren van de in punt 1 genoemde soorten pluimvee, bestemd om te worden bebroed;

3. eendagskuikens: pluimvee van alle soorten, dat nog geen 72 uur oud is en dat nog niet is gevoerd; muskuseenden mogen evenwel gevoerd zijn;

4. fokpluimvee: pluimee van 72 uur en ouder, bestemd voor de produktie van broedeieren;

5. gebruikspluimvee: pluimvee van 72 uur en ouder, dat wordt opgefokt voor de produktie van vlees en/of van consumptie-eieren of om in het wild te worden uitgezet;

6. slachtpluimvee: pluimvee dat rechtstreeks naar het slachthuis wordt gevoerd om daar zo snel mogelijk, doch uiterlijk 72 uur na aankomst, te worden geslacht;

7. koppel: troep pluimvee met dezelfde gezondheids- en immuniteitsstatus, die in een zelfde lokaal of binnen

een zelfde uitloopruimte wordt opgefokt en die een

epizootiologische eenheid vormt;

8. pluimveebedrijf: voorziening - die een inrichting kan omvatten - die wordt gebruikt voor het opfokken of het houden van fok- en gebruikspluimvee;

9. inrichting: op een bepaald terrein gevestigde voorziening of deel van een voorziening behorend tot een van de volgende bedrijfssectoren:

a) fokbedrijf: inrichting die zich toelegt op de produktie van broedeieren bestemd voor de produktie van fokpluimvee;

b)

vermeerderingsbedrijf: inrichting die zich toelegt op de produktie van broedeieren bestemd voor de produktie van gebruikspluimvee;

c)

opfokbedrijf: inrichting die zich toelegt op het opfokken van pluimvee tot het legstadium;

d)

broederij: inrichting die zich toelegt op het inleggen en uitbroeden van broedeieren en het opleveren van eendagskuikens;

10. bevoegde dierenarts: dierenarts die van de bevoegde veterinaire instantie de opdracht heeft gekregen om onder haar verantwoordelijkheid in een inrichting de bij deze richtlijn vastgestelde controles te verrichten;

11. erkend laboratorium: op het grondgebied van een Lid-Staat gelegen laboratorium dat door de bevoegde veterinaire instantie is erkend en aangewezen om onder haar verantwoordelijkheid de krachtens deze richtlijn vereiste diagnosetests uit te voeren;

12. gezondheidsinspectie: inspectiebezoek dat door de officiële dierenarts of door de bevoegde dierenarts wordt afgelegd, ten einde een onderzoek in te stellen naar de gezondheidstoestand van alle pluimvee van een inrichting;

13. ziekten waarvoor een aangifteplicht geldt: de in bijlage V vermelde ziekten;

14. haard: haard in de zin van Richtlijn 82/894/EEG;

15. besmette zone: met betrekking tot de in bijlage V genoemde ziekten hetzij een zone bestaande uit een duidelijk afgebakend gebied waarvan de oppervlakte kan verschillen naar gelang van de epizooetiologische omgeving van de haard, hetzij een beschermingszone met een straal van ten minste drie kilometer rond dit gebied, en daaromheen een bewakingszone met een straal van ten minste tien kilometer;

16. quarantainestation: voorziening waar pluimvee volledig afgezonderd wordt gehouden, zonder rechtstreeks of indirect contact met ander pluimvee, ten einde gedurende lange tijd te worden geobserveerd en diverse controletests op de in bijlage V genoemde dierziekten te ondergaan;

17. ruimen: actie waarbij met inachtneming van de nodige gezondheidsmaatregelen, met inbegrip van ontsmetting, wordt overgegaan tot vernietiging van alle pluimvee en produkten die zijn aangetast, of die van besmetting worden verdacht.

Uitspraken die dit artikel aanhalen