Art. 13 Richtlijn 90/539/EEG

Richtlijn 90/539/EEG

1. Indien een Lid-Staat een al dan niet bindend programma opstelt of heeft opgesteld voor de bestrijding van een ziekte waarvoor pluimvee vatbaar is, kan hij aan de Commissie mededeling doen van dat programma, met vermelding van met name:

- de situatie op het gebied van die ziekte op zijn grondgebied;

- de gronden voor de rechtvaardiging van het programma, met name de belangrijkheid van de ziekte en de kosten-batenanalyse,

- het geografische gebied waar het programma zal worden toegepast,

- de diverse aan de inrichtingen toegekende gezondheidsstatussen, de normen waaraan in elke categorie moet worden voldaan en de testprocedures,

- de controleprocedures waarin in het kader van het programma is voorzien,

- de consequenties die moeten worden getrokken wanneer een inrichting om een of andere reden zijn status verliest,

- de maatregelen die moeten worden genomen wanneer bij overeenkomstig het programma verrichte controles de resultaten positief blijken.

2. De Commissie onderzoekt de door de Lid-Staten medegedeelde programma's. De programma's kunnen met inachtneming van de criteria bedoeld in lid 1 worden goedgekeurd volgens de procedure van artikel 32. Volgens deze zelfde procedure kunnen ook de algemene of beperkte

aanvullende garanties worden vastgesteld die in het intracommunautaire handelsverkeer kunnen worden geëist. Deze garanties mogen niet strenger zijn dan die welke de Lid-Staat in nationaal verband hanteert.

Voor wat betreft programma's die vóór 1 juli 1991 aan de Commissie worden medegedeeld worden de besluiten inzake de goedkeuring ervan en inzake de aanvullende handelsgaranties vóór 1 januari 1992 genomen.

3. Het door de Lid-Staat ingediende programma kan worden gewijzigd of aangevuld volgens de procedure van artikel 32. Volgens deze zelfde procedure kunnen wijzigingen of aanvullingen op een eerder goedgekeurd programma en op de overeenkomstig lid 2 vastgestelde garanties worden goedgekeurd.