Art. 8, De Lid-Staten dragen er zorg voor dat
1. geregistreerde paardachtigen tijdens het transport vergezeld gaan van een door de Commissie volgens de procedure van artikel 10 op te stellen identificatiedocument dat wordt afgegeven door de organisaties of verenigingen, bedoeld in artikel 5 van de onderhavige richtlijn en in artikel 2, onder c), van Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (4).
Voor geregistreerde paarden moeten in het in de Gemeenschapstalen op te stellen identificatiedocument ten minste de in de bijlage vermelde gegevens voorkomen; de gegevens kunnen worden aangevuld of gewijzigd volgens de procedure van artikel 10;
2. wanneer sperma, eicellen en embryo's van geregistreerde paardachtigen in de handel worden gebracht, zij vergezeld gaan van een door de bevoegde instantie ten minste in de taal van het land van bestemming afgegeven zooetechnisch oorsprongs- en identificatiecertificaat, overeenkomstig een door de Commissie volgens de procedure van artikel 10 vast te stellen model.
Slotbepalingen
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 5 oktober 2015, ECLI:NL:CBB:2015:347
- Conclusie A-G Aben 11 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:253
- Conclusie A-G Vellinga 16 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC8651
- HR 16 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8651
- Hof Leeuwarden 20 juli 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2402
- Hof Leeuwarden 20 juli 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2387
- CBb 30 oktober 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BG3829
- CBb 22 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA2601