Art. 4
1. Bij de aanneming van de in lid 2 genoemde besluiten wordt rekening gehouden met de volgende beginselen:
a) organisaties en verenigingen die een stamboek bijhouden of een stamboek aanleggen, worden erkend op voorwaarde dat zij de beginselen naleven die zijn opgesteld door de organisatie of vereniging die het oorspronkelijke stamboek van het ras bijhoudt;
b) de criteria voor de inschrijving en registratie in de stamboeken worden vastgesteld rekening houdend met het specifieke karakter van het ras en, met name voor bepaalde zuivere rassen, de noodzaak om de inschrijving en registratie van paardachtigen verkregen met kunstmatige fokmethodes te reglementeren.
2. Volgens de procedure van artikel 10 stelt de Commissie, overeenkomstig de in lid 1 omschreven beginselen, het volgende vast:
a) de criteria voor de erkenning van organisaties en verenigingen die stamboeken bijhouden of aanleggen;
b)
de criteria voor de inschrijving en registratie in de stamboeken;
c)
zo nodig, de criteria en methoden voor identificatie van geregistreerde paardachtigen;
d)
de criteria voor het opstellen van het oorsprongscertificaat en het identificatiedocument, als bedoeld in artikel 8;
e)
zo nodig, de voorschriften voor de cooerdinatie tussen de in artikel 5 bedoelde organisaties of verenigingen.