Art. 7
Voor zover zulks nodig is voor een uniforme toepassing van deze richtlijn en met inachtneming van de beginselen van artikel 4, lid 1, kan de Commissie, volgens de procedure van artikel 10 het volgende vaststellen:
a) de methoden voor het controleren van de prestaties en voor het beoordelen van de genetische waarde van de fokdieren;
b) afhankelijk van de onder a) bedoelde methoden, de algemene criteria voor de toelating van het mannelijke
of, indien nodig, vrouwelijke fokdier tot de fokkerij en het gebruik van hun sperma, eicellen of embryo's.