Art. 8 Verordening (EEG) nr. 3013/89

Verordening (EEG) nr. 3013/89

1. De gegarandeerde maximumomvang van het ooienbestand wordt vastgesteld op 63 400 000 stuks.

2. Voor elk verkoopseizoen:

- wordt, wanneer het ooienbestand volgens de raming voor het betrokken verkoopseizoen de voor dat verkoopseizoen vastgestelde gegarandeerde maximumomvang overschrijdt, de in artikel 5 bedoelde premie zowel voor ooien als voor geiten verminderd met het bedrag dat wordt verkregen door op de basisprijs een coëfficiënt toe te passen die overeenkomt met een verlaging met 1 % per procent waarmede de gegarandeerde maximumomvang wordt overschreden;

- wordt, ingeval de toepassing van de in het eerste streepje vastgestelde regeling op de werkelijk geconstateerde omvang van het ooienbestand in het voorgaande verkoopseizoen resulteert in een premiebedrag dat afwijkt van het vastgestelde, de correctie uitgevoerd op het ogenblik van de definitieve vaststelling van de premie voor ooien voor het verkoopseizoen of anders bij de berekening van de premie voor het volgende seizoen.

3. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, en met name de coëfficiënt en het bedrag bedoeld in lid 2, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.

4. Vóór 31 december 1989 dient de Commissie passende voorstellen bij de Raad in over het stelsel van beperking van de garantie.

Uiterlijk op 31 december 1992 beziet de Raad de bovenbedoelde stabilisatieregeling opnieuw volgens de procedure van artikel 43 van het Verdrag.