Art. 5

1. Voor zover zulks nodig is ter compensatie van inkomensverliezen van schapevleesproducenten in een verkoopseizoen in de Gemeenschap, wordt een premie toegekend.

Hiertoe wordt een uniform inkomensverlies vastgesteld dat per 100 kg geslacht gewicht gelijk is aan het eventuele verschil tussen de in artikel 3, lid 1, bedoelde basisprijs en het rekenkundig gemiddelde van de overeenkomstig artikel 4 geconstateerde wekelijkse marktprijzen.

2. Het bedrag van de premie per ooi voor producenten van zware lammeren als bedoeld in artikel 4, lid 3, wordt berekend door op het in lid 1 bedoelde inkomensverlies een coëfficiënt toe te passen die voor de gehele Gemeenschap de gemiddelde jaarlijkse produktie van vlees van zware lammeren per ooi aangeeft, uitgedrukt in 100 kg geslacht gewicht.

3. Het bedrag van de premie per ooi voor producenten van lichte lammeren als bedoeld in artikel 4, lid 3, wordt berekend door op het in lid 1 bedoelde inkomensverlies een coëfficiënt toe te passen die 70 % bedraagt van de overeenkomstig lid 2 vastgestelde coëfficiënt.

4. Elke producent ontvangt de voor de categorie waarin hij is ingedeeld berekende premie. Indien hij kan aantonen dat ten minste 40 % van de op zijn bedrijf geboren lammeren tot zware dieren worden vetgemest met het oog op de slacht, kan een producent die melk of zuivelprodukten van ooien verkoopt evenwel op zijn verzoek de premie voor de zware categorie ontvangen, in verhouding tot het aantal op zijn bedrijf geboren lammeren die tot zware dieren worden gemest.

5. Ter compensatie van inkomensverliezen van geitevleesproducenten wordt een premie toegekend:

- in de in bijlage I bedoelde gebieden,

- in berggebieden in de zin van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 75/268/EEG, voor zover niet in bijlage I bij deze verordening vermeld, mits volgens de procedure van artikel 30 wordt vastgesteld dat de produktie in die gebieden aan de volgende criteria voldoet:

a) de geitenhouderij is voornamelijk gericht op de produktie van geitevlees;

b) de houderijtechnieken zijn vergelijkbaar voor schapen en geiten.

Het bedrag van de premie per geit is gelijk aan 70 % van dat van de premie per ooi, overeenkomstig lid 2.

6. Voor het einde van ieder halfjaar gaat de Commissie, volgens de procedure van artikel 30, over tot een raming van het over het gehele verkoopseizoen te verwachten inkomensverlies en het te verwachten bedrag van de premie.

Op basis van deze raming van het inkomensverlies zijn de Lid-Staten gemachtigd om al hun producenten een halfjaarlijks voorschot uit te betalen ten belope van 30 % van de geraamde premie.

De Lid-Staten mogen bepalen dat beide voorschotten vanaf het einde van het tweede halfjaar in één keer aan de producenten worden uitbetaald.

Het bedrag van de definitieve premie wordt onverwijld na het einde van het betrokken verkoopseizoen en wel uiterlijk op 31 maart vastgesteld. In voorkomend geval wordt een saldo uitgekeerd.

De aan de producent uitgekeerde premie wordt berekend op basis van het aantal ooien en/of geiten die op het bedrijf zijn gehouden gedurende een minimumperiode waarvan de duur wordt bepaald volgens de procedure van artikel 30.

7. De in deze verordening bedoelde premie voor de producenten van schape- en geitevlees wordt volledig uitbetaald tot een maximum van 1 000 dieren per producent in de probleemgebieden in de zin van artikel 3, leden 3, 4 en 5, van Richtlijn 75/268/EEG, en tot een maximum van 500 dieren per producent in de andere gebieden.

(1) PB nr. C 319 van 12. 12. 1988, blz. 36.

(2) PB nr. C 120 van 16. 5. 1989, blz. 196.

(3) PB nr. C 56 van 6. 3. 1989, blz. 41.

(4) PB nr. L 183 van 16. 7. 1980, blz. 1.

(5) PB nr. L 110 van 29. 4. 1988, blz. 36.

(6) PB nr. L 128 van 19. 5. 1975, blz. 1.

(1) PB nr. L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13.

(2) PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 1.

Boven de in de eerste alinea genoemde maxima wordt het bedrag van de premie vastgesteld op 50 % van het bedrag dat zal worden berekend.

In geval van producentengroeperingen of -verenigingen, dan wel enige andere vorm van samenwerking tussen producenten, worden de in de eerste alinea genoemde maxima op elk van de geassocieerde producenten afzonderlijk toegepast.

8. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de algemene voorschriften betreffende de in dit artikel opgenomen regeling vast, en bepaalt hij met name welke producenten voor de premie in aanmerking komen en voor welke ooien en, voor de in lid 5 bedoelde gebieden, voor welke geiten, de premie geldt.

Volgens dezelfde procedure

- kan de Raad bepalen dat de premie ook wordt toegekend voor bepaalde vrouwelijke dieren van bergrassen die worden gehouden in duidelijk omschreven gebieden met buitengewoon ongunstige produktieomstandigheden en die niet beantwoorden aan de definitie van ooien die voor toekenning van de steun in aanmerking komen; het bedrag van de premie voor die vrouwelijke dieren is gelijk aan 70 % van het overeenkomstig lid 2 vastgestelde bedrag voor ooien die voor de premie in aanmerking komen;

- kan de Raad bepalen dat de premie uitsluitend wordt toegekend aan producenten met een bepaald minimumaantal ooien en, voor de in lid 5 bedoelde gebieden, een bepaald minimumaantal ooien en/of geiten.

9. Volgens de procedure van artikel 30:

- stelt de Commissie in voorkomend geval de premie per ooi voor de in de leden 2 en 3 bedoelde producenten, de premie per vrouwelijk dier van een bergras in de zin van lid 8, en, voor de in lid 5 bedoelde gebieden, de premie per geit vast,

- stelt de Commissie voor ieder verkoopseizoen de in lid 2 bedoelde coëfficiënt vast die voor het gehele verkoopseizoen geldt,

- stelt de Commissie de bepalingen ter uitvoering van dit artikel, en met name die betreffende het indienen van de premieaanvragen en de uitkering van de premie, vast.

10. De uitgaven in het kader van de in dit artikel opgenomen regeling worden aangemerkt als interventie-uitgaven ter regulering van de landbouwmarkten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen