Art. 24 Verordening (EEG) nr. 3013/89
1. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing voor de verkoopseizoenen 1990, 1991 en 1992.
2. Het Verenigd Koninkrijk mag in Groot-Brittannië een premie voor het slachten van schapen toekennen, wanneer de op de representatieve markten van deze regio geconstateerde prijzen lager liggen dan een »richtniveau" dat overeenkomt met 85 % van de in artikel 3, lid 2, bedoelde basisprijs.
Het in de eerste alinea bedoelde richtniveau wordt op dezelfde wijze naar seizoen gedifferentieerd als de basisprijs.
3. Bij toepassing van de variabele premie en voor elke week van een verkoopseizoen is het bedrag van de in lid 2 bedoelde premie gelijk aan een bepaald percentage van het verschil tussen het naar seizoen gedifferentieerde richtniveau en de in de betrokken regio geconstateerde marktprijs.
Dit percentage bedraagt:
- verkoopseizoen 1990: 75 %,
- verkoopseizoen 1991: 55 %,
- verkoopseizoen 1992: 40 %.
Voor het begin van de laatste twee verkoopseizoenen kan de Commissie, op verzoek van het Verenigd Koninkrijk, deze Lid-Staat volgens de procedure van artikel 30 machtigen om onverminderd lid 2 een verlaging van de percentages voor die verkoopseizoenen toe te passen.
4. Ingeval het Verenigd Koninkrijk gebruik maakt van de in de leden 2 en 3 genoemde bepalingen, wordt het vaste bedrag van de in Groot-Brittannië geldende premie per ooi vastgesteld door het inkomensverlies te verminderen met het gewogen gemiddelde van de werkelijk uitgekeerde variabele premies.
Dit gemiddelde, uitgedrukt in 100 kg geslacht gewicht, wordt berekend door het totale bedrag van de werkelijk uitgekeerde premies te delen door de produktie van de gecertificeerde dieren waarvoor de variabele premie kan worden uitgekeerd bij het slachten of, naar gelang van het geval, wanneer die dieren voor het eerst op de markt worden gebracht.
Ingeval deze vermindering na toepassing van het bepaalde in lid 8 aanleiding zou geven tot een onderbreking van de evolutie naar een uniforme premie per ooi in de gehele Gemeenschap, past de Commissie, volgens de procedure van artikel 30, de in Groot-Brittannië uit te keren premie per ooi aan; in dat geval wordt volgens dezelfde procedure een bedrag dat met deze aanpassing overeenstemt, afgetrokken van het bedrag van de in Groot-Brittannië uit te keren premie per ooi uit hoofde van het (de) volgende verkoopseizoen(en).
5. In geval van betaling van de in lid 2 bedoelde premie stelt de Commissie maatregelen vast om ervoor te zorgen dat op alle in de tabel in artikel 1, onder a) en c), bedoelde produkten, wanneer zij Groot-Brittannië verlaten, een bedrag wordt geheven dat gelijk is aan de werkelijk uitgekeerde premie.
6. Voor de toepassing van de in artikel 7 bedoelde steunmaatregelen voor particuliere opslag, worden de voor Groot-Brittannië geconstateerde marktprijzen verhoogd met de invloed van de variabele premie. 7. Zolang het Verenigd Koninkrijk evenwel gebruik maakt van het bepaalde in het onderhavige artikel, worden evenwel voor het gebied dat Ierland en Noord-Ierland omvat, apart een inkomensverlies en een coëfficiënt die voor dit gebied de gemiddelde produktie van lamsvlees per ooi aangeeft, vastgesteld. Dit inkomensverlies is gelijk aan het verschil tussen de basisprijs en het rekenkundige gemiddelde van de in dit gebied geconstateerde wekelijkse marktprijzen.
8. Het inkomensverlies van Groot-Brittannië enerzijds (de invloed van de variabele premie buiten beschouwing gelaten), van het gebied Ierland - Noord-Ierland anderzijds, alsmede de in artikel 23, lid 4, en in lid 7 van het onderhavige artikel bedoelde coëfficiënten worden geleidelijk samengevoegd tot een uniform inkomensverlies en een uniforme coëfficiënt naar gelang van de werkelijke afbraak van de variabele slachtpremie tijdens elk verkoopseizoen.
9. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 30 de bepalingen ter uitvoering van dit artikel vast. Deze bepalingen kunnen met name maatregelen omvatten om te voorkomen dat als gevolg van de toepassing van de in lid 2 bedoelde premieregeling het handelsverkeer in levende dieren, vlees en bereidingen wordt verstoord.
De uitgaven in het kader van de in dit artikel opgenomen regeling worden beschouwd als interventie-uitgaven ter regulering van de landbouwmarkten.