Art. 6 Verordening (EEG) nr. 859/89

Verordening (EEG) nr. 859/89

1. De opslagplaatsen worden door de Lid-Staten zo aangewezen dat de doeltreffendheid van de interventiemaatregelen is gewaarborgd.

De installaties van deze opslagplaatsen moeten geschikt zijn voor de overname van vlees met been; zij moeten eveneens geschikt zijn voor het invriezen van alle vlees dat in ongewijzigde staat wordt opgeslagen.

De installaties van deze opslagplaatsen moeten ook geschikt zijn om dit vlees gedurende ten minste drie maanden, onder technisch acceptabele condities, op te slaan.

2. De interventiebureaus mogen voorvoeten met been die op grond van de kwaliteit en de aanbiedingsvorm geschikt worden geacht voor industriële verwerking, apart opslaan.

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24.

(2) PB nr. L 61 van 4. 3. 1989, blz. 43.

(3) PB nr. L 261 van 26. 9. 1978, blz. 5.

(4) PB nr. L 306 van 11. 11. 1988, blz. 20.

(5) PB nr. L 80 van 24. 3. 1987, blz. 8.

(6) PB nr. L 71 van 15. 3. 1989, blz. 38.

(7) PB nr. L 205 van 3. 8. 1985, blz. 5.

(8) PB nr. L 113 van 30. 4. 1987, blz. 31.

(9) PB nr. L 123 van 7. 5. 1981, blz. 3.

(10) PB nr. 121 van 29. 7. 1964, blz. 2012/64.

(11) PB nr. L 382 van 31. 12. 1988, blz. 3.

(12) PB nr. L 70 van 16. 3. 1988, blz. 16.

(13) PB nr. L 371 van 30. 12. 1987, blz. 14.

(14) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 1.

(15) PB nr. L 363 van 23. 12. 1987, blz. 30.

(1) PB nr. L 305 van 31. 10. 1986, blz. 28.

In dat geval worden deze produkten in gemakkelijk te identificeren partijen opgeslagen en wordt daarover een afzonderlijke boekhouding gevoerd.

3. De Lid-Staten treffen alle maatregelen om een goede bewaring van de opgeslagen produkten te waarborgen en gewichtsverliezen te beperken. De invriestemperatuur dient zodanig te zijn dat binnen maximaal 36 uur een kerntemperatuur van -7 °C of kouder wordt bereikt.

4. Vlees met been wordt verpakt in polyethyleen of polypropyleen, geschikt voor het verpakken van levensmiddelen, met een dikte van ten minste 0,05 mm, en in voldoende sterke omhulsels van katoen (stockinettes) of kunststof, zodanig dat het vlees (met inbegrip van de schenkel) volledig door de genoemde verpakkingen omsloten is.

5. De interventiebureaus slaan de overeenkomstig artikel 4, lid 3, aangeboden achtervoeten met been, afzonderlijk en in gemakkelijk identificeerbare partijen, ingedeeld naar hun bevleesdheidsklasse, op. Over deze produkten wordt een afzonderlijke boekhouding gevoerd.

Deel II

Inschrijvingsprocedure

Vorige artikelen

Volgende artikelen