Art. 4 Verordening (EEG) nr. 859/89
1. Interventieaankoop is mogelijk voor de in bijlage II vermelde produkten van de volgende in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1208/81 omschreven categorieën: vlees van niet-gecastreerde mannelijke dieren van minder dan 2 jaar oud (categorie A) en vlees van gecastreerde mannelijke dieren (categorie C). De Lid-Staten die een onderverdeling van de in artikel 3, lid 3, van genoemde verordening bedoelde klassen toepassen, mogen de interventieaankoop tot bepaalde subklassen beperken.
2. Er mag slechts vlees worden aangekocht:
a) dat voldoet aan het bepaalde in Richtlijn 64/433/EEG;
b) dat geen kenmerken vertoont waardoor het ongeschikt is voor opslag of later gebruik;
c) dat van oorsprong uit de Gemeenschap is in de zin van artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 802/68;
d) dat afkomstig is van dieren waaraan geen stoffen zijn toegediend die krachtens artikel 2 van Richtlijn 88/146/EEG verboden zijn;
e) waarin de in de communautaire wetgeving vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus van radioactiviteit niet worden overschreden. Voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap die zijn besmet als gevolg van het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl, gelden de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3955/87 vastgestelde niveaus. De mate van radioactieve besmetting van het produkt wordt alleen gecontroleerd als de situatie dat vereist en gedurende de periode waarin dat nodig is. De geldigheidsduur en de draagwijdte van de controlemaatregelen worden zo nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68.
3. Bovendien mag slechts vlees worden aangekocht dat:
a) niet afkomstig is van noodslachtingen;
b) wordt aangeboden overeenkomstig bijlage III, eventueel na uitsnijding voor rekening van de belanghebbende; in het bijzonder moet via een controle van elk van de delen van het geslachte dier worden nagegaan of is voldaan aan de in punt 2 van die bijlage vastgestelde voorwaarden; wanneer het vlees aan één van die voorwaarden niet voldoet, wordt het niet overgenomen;
c) is ingedeeld overeenkomstig het bij Verordening (EEG) nr. 1208/81 vastgestelde communautaire indelingsschema; de interventiebureaus weigeren vlees waarvan zij de indeling na grondige controle van elk deel van het geslachte dier niet in overeenstemming met dit schema achten;
d) is geïdentificeerd via een merking waarmee de categorie, de bevleesheidsklasse en de vetheidsklasse worden aangegeven. Deze merking moet gebeuren via stempeling met een niet-giftige, onuitwisbare en kleurvaste inkt volgens een door de bevoegde nationale instanties goedgekeurd procédé; de letters en cijfers moeten ten minste 2 cm hoog zijn. De merktekens worden op de achtervoeten aangebracht ter hoogte van het lendestuk en de vierde lendewervel, en op de voorvoeten ter hoogte van de puntborst op ongeveer 10 tot 30 cm van de scheiding van het borstbeen.
e) Voor de toepassing van het bepaalde onder d) wordt met de letter A de categorie van geslachte, niet-gecastreerde jonge mannelijke dieren als omschreven in artikel 3, lid 1, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 1208/81 aangeduid, en met de letter C de categorie van geslachte, gecastreerde mannelijke dieren als omschreven bij het derde streepje van dat lid.