Art. 10 Richtlijn 89/48/EEG
1. Indien een Lid-Staat, overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder b), tweede alinea, derde zin, voor een beroep in de zin van deze richtlijn de keuze tussen aanpassingsstage en proeve van bekwaamheid niet aan de aanvrager wenst over te laten, deelt hij de Commissie onverwijld het ontwerp van het betrokken voorschrift mede. Tegelijkertijd doet hij de Commissie mededeling van de redenen die de vaststelling van een dergelijk voorschrift noodzakelijk maken.
De Commissie stelt de overige Lid-Staten onverwijld in kennis van het ontwerp; zij kan ook de in artikel 9, lid 2, bedoelde Cooerdinatiegroep over dit ontwerp raadplegen.
2. Onverminderd de mogelijkheid die de Commissie en de overige Lid-Staten hebben om opmerkingen aangaande het ontwerp in te dienen, mag de Lid-Staat het voorschrift slechts aannemen, indien de Commissie zich daar binnen een termijn van drie maanden bij beschikking niet tegen heeft uitgesproken.
3. Op verzoek van een Lid-Staat of van de Commissie delen de Lid-Staten hun onverwijld de definitieve tekst van een voorschrift uit hoofde van dit artikel mede.