Art. 23

1. Wanneer het voorschot hoger is dan het werkelijk voor de betrokken uitvoer of voor een equivalente uitvoer verschuldigde bedrag, betaalt de exporteur het verschil tussen deze beide bedragen terug, verhoogd met 15 % van dat verschil.

Wanneer evenwel als gevolg van overmacht:

-de overeenkomstig deze verordening vereiste bewijzen om voor de restitutie in aanmerking te komen, niet kunnen worden geleverd,

of -het produkt op een andere bestemming komt dan die waarvoor het voorschot is berekend,

wordt geen betaling van het door de 15 % verhoging gevormde bedrag gevorderd.

2. Als equivalente uitvoer wordt beschouwd uitvoer, na wederinvoer van produkten onder de regeling terugkerende goederen, van equivalente produkten van dezelfde onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur, voor zover is voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 39, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EEG) nr. 3183/80.

Deze bepaling is slechts van toepassing wanneer in de Lid-Staat waar de aangifte ten uitvoer voor de eerste uitvoer is aanvaard, de regeling terugkerende goederen is gebruikt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen