Art. 70 Verordening (EEG) nr. 822/87

Verordening (EEG) nr. 822/87

1. De in artikel 1, lid 2, onder a) en b ), bedoelde produkten mogen slechts worden ingevoerd wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :

a)voor alle bovengenoemde produkten

-voldoen aan de bepalingen die in het derde land van oorsprong gelden voor de produktie, het in het verkeer brengen en in voorkomend geval de levering voor rechtstreekse menselijke consumptie; het bewijs dat aan deze voorwaarde wordt voldaan, wordt geleverd door het overleggen van een attest dat is afgegeven door een instantie van het derde land waaruit het produkt van oorsprong is en die voorkomt op een nader vast te stellen lijst;

-vergezeld gaan van een analyseverslag dat is opgesteld door een door het derde land waaruit het produkt van oorsprong is, aangewezen instantie of dienst, wanneer zij voor rechtstreekse menselijke consumptie zijn bestemd;

b)voor wijn bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie, andere dan likeurwijn en mousserende wijn :

-een effectief alcohol-volumegehalte hebben van ten minste 9 % vol en een totaal alcohol-volumegehalte van ten hoogste 15 % vol;

-een totaal zuurgehalte, uitgedrukt in wijnsteenzuur, hebben van ten minste 4,5 gram per liter, dat wil zeggen 60 milli-equivalenten per liter .

2. De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene uitvoeringsbepalingen van lid 1 vast .

Volgens dezelfde procedure kan worden bepaald dat :

a)bepaalde in lid 1, onder b ), bedoelde wijn van oorsprong uit derde landen waarvoor een geografische benaming wordt gebruikt, voor rechtstreekse menselijke consumptie kan worden geleverd indien het effec -

tieve alcohol-volumegehalte ten minste 8,5 % vol bedraagt of het totale alcohol-volumegehalte zonder enige verrijking hoger is dan 15 % vol;

b)bepaalde in lid 1 bedoelde produkten die in kleine hoeveelheden worden vervoerd en in kleine recipiënten zijn verpakt, van de overlegging van het attest en het analyseverslag, bedoeld in lid 1, onder a ) worden vrijgesteld;

c)sommige wijn welke vergezeld gaat van een certificaat van aanduiding van de oorsprong of van een certificaat van oorsprong, geheel of gedeeltelijk kan worden vrijgesteld van de eisen vermeld in het attest of het analyseverslag, bedoeld in lid 1, onder a ).

3. Behoudens afwijkingen waartoe de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, mogen verse druiven, druivemost, gedeeltelijk gegiste druivemost, geconcentreerde druivemost, gerectificeerde geconcentreerde druivemost, druivemost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit, druivesap en geconcentreerd druivesap, van oorsprong uit derde landen, op het geografische grondgebied van de Gemeenschap niet tot wijn worden verwerkt of aan wijn worden toegevoegd .

Deze bewerkingen zijn echter toegestaan in de vrije zones, mits de daaruit verkregen wijn bestemd is voor verzending naar een derde land .

De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de uitvoeringsbepalingen vast van de tweede alinea, met name die met betrekking tot de benaming van de betrokken wijn, alsmede die waardoor verwarring met wijn uit de Gemeenschap kan worden voorkomen .

4. Onverminderd lid 3, tweede alinea, is het op het geografische grondgebied van de Gemeenschap verboden de in de eerste alinea van dat lid bedoelde produkten tot alcoholische vergisting te brengen . Deze bepaling is niet van toepassing op produkten die bestemd zijn voor de vervaardiging in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland van onder post 22.07 van het gemeenschappelijk douanetarief vallende produkten waarvoor, op grond van artikel 72,

lid 1, eerste alinea, het gebruik van een samengestelde benaming waarin het woord "wijn" voorkomt, door de Lid-Staten mag worden toegestaan .

5. Onverminderd beperkender bepalingen die de Lid-Staten kunnen toepassen voor de bereiding op hun grondgebied van produkten die niet onder post 22.05 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen, mag druivemost, waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit, wanneer deze wordt ingevoerd, alleen voor de bereiding van die produkten worden gebruikt .

6. Wijn of andere voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde dranken mogen niet worden verkregen uit wijnmoer, draf van druiven, piquette of distillatiewijn, wanneer deze zijn ingevoerd; brandewijn mag evenwel met ingevoerde distillatiewijn worden vervaardigd.

7. Op de bestemming van de in lid 3, eerste alinea, bedoelde produkten wordt controle uitgeoefend . Besloten kan worden tot verplichte toevoeging van een indicator aan ingevoerde druivemost, gedeeltelijk gegiste druivemost, geconcentreerde druivemost, gerectificeerde geconcentreerde druivemost, druivemost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit en al dan niet geconcentreerd druivesap .

8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 .

Vorige artikelen

Volgende artikelen