Art. 66 Verordening (EEG) nr. 822/87
1. Het gehalte aan vluchtige zuren mag niet hoger zijn dan :
-18 milli-equivalenten per liter voor gedeeltelijk gegiste druivemost,
-18 milli-equivalenten per liter voor witte wijn en roséwijn en, uiterlijk tot en met 31 december 1989, voor op het Spaanse grondgebied verkregen produkten door witte wijn te versnijden met rode wijn,
-20 milli-equivalenten per liter voor rode wijn .
2. De in lid 1 bedoelde gehalten gelden :
-voor produkten die afkomstig zijn uit in de Gemeenschap geoogste druiven : in het produktiestadium en in alle stadia van het in de handel brengen,
-voor gedeeltelijk gegiste druivemost en wijn van oorsprong uit derde landen : in alle stadia vanaf de binnenkomst op het geografische grondgebied van de Gemeenschap .
3. In afwijkingen van het bepaalde in lid 1 kan worden voorzien voor :
a)bepaalde v.q.p.r.d . en bepaalde tafelwijnen die overeenkomstig artikel 72, lid 2, worden aangeduid, wanneer deze :
-een verouderingsperiode van ten minste twee jaar hebben doorgemaakt of
-volgens bijzondere methoden zijn bereid;
b)wijn met een totaal alcohol-volumegehalte van ten minste 13 % vol .
4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, en met name
de in lid 3 bedoelde afwijkingen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 .