Art. 73 Verordening (EEG) nr. 822/87
1. Behoudens afwijkingen waartoe de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, mogen al dan niet ingevoerde produkten die onder de posten 22.04 en 22.05 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen en waarop oenologische procédés zijn toegepast die volgens de communautaire voorschriften of, bij gebreke daarvan, volgens de nationale voorschriften niet geoorloofd zijn, niet voor rechtstreekse menselijke consumptie worden aangeboden of geleverd .
Dit geldt eveneens :
-voor de produkten, bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a ), b ) en c ), wanneer zij niet zuiver, deugdelijk of voor verkoop geschikt zijn .
-voor de produkten bedoeld in artikel 1, lid 2, die niet beantwoorden aan de omschrijvingen in bijlage I of aan de omschrijvingen welke ter uitvoering van deze verordening zijn vastgesteld .
2. De voorwaarden voor het in bezit houden en voor het verkeer, de bestemming van de in lid 1 bedoelde produkten, en het vaststellen van de criteria waardoor in individuele gevallen al te strene maatregelen kunnen worden vermeden, alsmede de uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 .
Volgens dezelfde procedure worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de Lid-Staten het in vooraad hebben en het in het verkeer brengen mogen toestaan, alsmede de bestemming van produkten die niet in overeenstemming zijn met de andere bepalingen van deze verordening dan die bedoeld in lid 1, eerste alinea, of met de ter uitvoering van deze verordening vastgestelde bepalingen .