Art. 69 Verordening (EEG) nr. 822/87

Verordening (EEG) nr. 822/87

1. Behoudens afwijkingen waartoe de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, mogen alleen druiven afkomstig van rassen die als aanbevolen of toegestane wijndruivenrassen in de overeenkomstig artikel 13 opgestelde indeling zijn opgenomen, alsmede de daaruit verkregen produkten, in de Gemeenschap worden gebruikt voor de bereiding van :

-druivemost waarvan de gisting door toevoeging van alcohol is gestuit,

-geconcentreerde druivemost,

-gerectificeerde geconcentreerde druivemost,

-wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,

-tafelwijn,

-v.q.p.r.d .,

-likeurwijn,

-gedeeltelijk gegiste druivemost van ingedroogde druiven .

2. Druiven afkomstig van percelen, beplant met rassen die als tijdelijk toegestane rassen zijn ingedeeld, worden evenwel ook als geschikt beschouwd om tot de in lid 1 genoemde produkten te worden verwerkt :

a)wanneer het

-uit raskruisingen ( hybriden voor rechtstreekse teelt ) verkregen rassen betreft : tot en met 31 december 1979 en, in Spanje, tot en met 31 december 1990,

-andere rassen betreft : tot en met 31 december 1983, voor zover deze rassen vóór 31 december 1976 als voorlopig toegestane rassen zijn ingedeeld, en in Spanie tot en met 31 december 1992;

b)wanneer het betrokken ras na 31 december 1976 als tijdelijk toegestaan ras is ingedeeld : gedurende een periode van 25 jaar vanaf de datum waarop dat ras aldus is ingedeeld .

Vorige artikelen

Volgende artikelen