Art. 2

Voor deze richtlijn zijn de definities van artikel 2 van Richtlijn 64/432/EEG (1) voor zover nodig van toepassing.

Voorts wordt verstaan onder:

a) voor de ziekte vatbare dieren: alle herkauwers of varkens (huisdieren of wilde varkens), aanwezig in een bedrijf;

b) vatbare dieren: alle voor de ziekte vatbare dieren die niet zijn ingeënt of waarvan de immuniteit ontoereikend wordt geacht door de bevoegde autoriteit;

c) besmet dier: alle voor de ziekte vatbare dieren waarop:

- klinische symptomen of na het slachten letsels werden vastgesteld die op mond- en klauwzeer kunnen duiden, of

- de aanwezigheid van mond- en klauwzeer officieel werd vastgesteld na laboratoriumonderzoek;

d) van besmetting verdacht dier: alle voor de ziekte vatbare dieren die klinische symptomen of na het slachten letsels vertonen, zodat met recht de aanwezigheid van mond- en klauwzeer mag worden vermoed;

e) van besmetting verdacht dier: alle voor de ziekte vatbare dieren die - volgens de ingewonnen epizooetiologische inlichtingen - rechtstreeks of onrechtstreeks in contact kunnen zijn geweest met het mond- en klauwzeervirus.

Uitspraken die dit artikel aanhalen