Art. 9 Verordening (EEG) nr. 857/84
1. Voor de toepassing van de formules A en B wordt de heffing geïnd :
a) via voorlopige driemaandelijkse heffingen vastgesteld op basis van de hoeveelheid melk of melkequivalent die voor elke heffingplichtige voor het betrokken kwartaal de gecumuleerde referentiehoeveelheid overschrijdt , welke wordt berekend aan het einde van het overeenkomstige kwartaal van het door de Lid-Staat aangehouden referentiekalenderjaar ;
b) door voor iedere heffingplichtige , na afloop van de betrokken periode van twaalf maanden , een eindafrekening op te stellen op grond van de werkelijke overschrijding in die periode van zijn jaarlijkse referentiehoeveelheid .
2. In geval van toepassing van formule A wordt de heffing door de koper bij elke producent geïnd .
3. De producenten van melk en/of zuivelprodukten , die rechtstreeks aan de consument verkopen , betalen het bedrag van de heffing aan de door de Lid-Staat aangewezen instantie , overeenkomstig nog vast te stellen bepalingen .