Art. 3
In het kader van de toepassing van de formules A en B wordt bij de vaststelling van de in artikel 2 bedoelde referentiehoeveelheden rekening gehouden met bepaalde bijzondere situaties , zulks overeenkomstig de volgende bepalingen :
1. producenten die in het kader van Richtlijn 72/159/EEG ( 3 ) een plan voor de ontwikkeling van de melkproduktie hebben ingediend dat voor 1 maart 1984 is ingediend , kunnen overeenkomstig het besluit van de Lid-Staat verkrijgen :
- indien het plan in uitvoering is : een specifieke referentiehoeveelheid die is bepaald rekening hondend met de in het ontwikkelingsplan vermelde hoeveelheden melk en zuivelprodukten ;
- indien het plan na 1 januari 1981 is uitgevoerd : een specifieke referentiehoeveelheid die is bepaald rekening hondend met de hoeveelheden melk en zuivelprodukten die zij hebben geleverd in het jaar waarin het plan is voltooid .
Indien de Lid-Staat over voldoende gegevens beschikt , kan ook rekening worden gehouden met de zonder ontwikkelingsplan verrichte investeringen .
2. de Lid-Staten kunnen aan jonge landbouwers die zich na 31 december 1980 hebben gevestigd , een specifieke referentiehoeveelheid toekennen .
3. voor producenten wier melkproduktie over het overeenkomstig artikel 2 gekozen referentiejaar aanzienlijk is beïnvloed door buitengewone gebeurtenissen di zich voor of tijdens dat jaar hebben voorgedaan , wordt op hun verzoek een ander referentiekalenderjaar binnen de periode 1981 - 1983 in aanmerking genomen .
De volgende situaties kunnen toepassing van de eerste alinea rechtvaardigen :
- een ernstige natuurramp die een grote weerslag heeft op het bedrijf van de producent ;
- de vernieling van de voorraden diervoeder of de melkveestallen van de producent door een ongeluk ;
- een epizootie bij de gehele melkveestapel of een deel ervan .
De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de gevallen waarin de eerste alinea wordt toegepast . De lijst van situaties als bedoeld in de tweede alinea kan worden aangevuld volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 .