Art. 2 Verordening (EEG) nr. 857/84
1. De in artikel 5 quater , lid 1 , van bovengenoemde verordening bedoelde referentiehoeveelheid is gelijk aan de hoeveelheid melk of melkequivalent die door de producent tijdens het kalenderjaar 1981 is geleverd ( formule A ) , of aan de hoeveelheid melk of melkequivalent die tijdens het kalenderjaar 1981 door een koper is gekocht ( formule B ) , in beide gevallen verhoogd met 1 % .
2. De Lid-Staten kunnen evenwel bepalen dat op hun grondgebied de in lid 1 bedoelde referentiehoeveelheid gelijk is aan de hoeveelheid melk of melkequivalent geleverd of gekocht gedurende het kalenderjaar 1982 of het kalenderjaar 1983 , met aanwending van een percentage dat zodanig wordt vastgesteld dat de in artikel 5 quater van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 omschreven gegarandeerde hoeveelheid niet wordt overschreden . Dit percentage kan variëren aan de hand van het niveau van de leveranties van bepaalde categorieën heffingplichtigen , de ontwikkeling van de leveranties in bepaalde gebieden tussen 1981 en 1983 of de ontwikkeling van de leveranties van bepaalde categorieën heffingplichtigen gedurende dezelfde periode , volgends voorwaarden te bepalen overeenkomstig de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 .
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde percentages kunnen door de Lid-Staten worden aangepast met het oog op de toepassing van de artikelen 3 en 4 .