HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6371

Vervolg van HR 24 mei 2002, C00/237HR, NJ 2003, 267; Onrechtmatige overheidsdaad, rechtmatigheid van het besluit van de minister van LNV in juni 1985 tot ongegrondbevinding van het bezwaar van een melkveehouder tegen de weigering door directeur landbouwvoorziening van de door die melkveehouder op de voet van art. 11 Beschikking superheffing aangevraagde toekenning van een bijzonder melkquotum, toekenning van specifieke referentiehoeveelheden aan producenten als bedoeld in art. 3, sub 1, eerste alinea van EEG-verordening nr. 857/84 voor investeringsverplichtingen aangegaan vóór 1 september 1981, prejudiciële vragen aan HvJEG; gebondenheid van de burgerlijke rechter aan de feitelijke en juridische stellingen, vorderingen en verweren waarvan partijen zich in een voor het CBB (in 1991) onder de Wet Arbo gevoerde geding hebben bediend?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen