Art. 18 Verordening (EEG) nr. 918/83
1. De vrijstelling wordt slechts verleend voor persoonlijke goederen welke ten laatste twee jaar na de datum waarop de goederen in bezit gesteld zijn ( definitieve regeling van de erfopvolging ) voor het vrije verkeer zijn aangegeven .
Door de bevoegde autoriteiten kan evenwel op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van deze termijn worden toegestaan .
2. De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in lid 1 bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden .