Art. 15 Verordening (EEG) nr. 918/83
1. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden , te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte daarvan voor het vrije verkeer is aanvaard , mogen de goederen die met toepassing van de in artikel 11 bedoelde vrijstelling zijn ingevoerd , niet worden uitgeleend , verpand , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten vooraf daarvan in kennis zijn gesteld .
2. Het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen voor het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn , leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .