Art. 16 Verordening (EEG) nr. 918/83
1. Behoudens het bepaalde in de artikelen 17 tot en met 19 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld , de persoonlijke goederen die door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap heeft , door erfopvolging bij versterf , of door erfopvolging bij testament zijn verkregen .
2. In de zin van lid 1 worden onder " persoonlijke goederen " verstaan alle in artikel 1 , lid 2 , sub c ) , bedoelde goederen die de erfenis van de overledene vormen .