Art. 22 Verordening (EEG) nr. 918/83
De vrijstelling wordt slechts verleend aan personen die :
a) hun normale verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap hebben ,
b) eigenaar zijn van de betrokken tweede woning of deze voor ten minste twee jaar hebben gehuurd , en
c) zich ertoe verbinden deze tweede woning gedurende hun afwezigheid of gedurende de afwezigheid van hun gezin niet aan derden te verhuren .
De vrijstelling kan tot eenmaal worden beperkt voor dezelfde tweede woning .