Art. 7 Verordening (EEG) nr. 170/83
1. De visserijactiviteit met betrekking tot de soorten die van bijzonder belang zijn in het gebied omschreven in bijlage II, sub A, en die biologisch kwestbaar zijn als gevolg van de wijze van bevissing, wordt uitgeoefend in het kader van een vergunningenstelsel dat door de Commissie in naam van de Gemeenschap wordt beheerd.
2. Het in lid 1 bedoelde stelsel geldt voor vissersvaartuigen met de kenmerken vermeld in bijlage II, sub C, die vissen op de soorten vermeld in bijlage II, sub B.
Indien de visserijactiviteit die wordt uitgeoefend door vaartuigen die niet aan de in de eerste alinea bedoelde kenmerken beantwoorden de bevredigende ontwikkeling van de betrokken visbestanden dreigt te schaden ingevolge een significante toename van die activiteit ten opzichte van het niveau op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, kunnen de in bijlage II, sub C, opgesomde minimumkenmerken worden verlaagd of kunnen specifieke controlemaatregelen op hun activiteit worden vastgesteld.
3. Het aantal van de in lid 2, eerste alinea, bedoelde vaartuigen van elke Lid-Staat dat gelijktijdig de visserij mag uitoefenen is vastgesteld in bijlage II, sub D. Voor uitoefening van de visserij overeenkomstig het bepaalde in de leden 1 en 2 dienen de betrokken vaartuigen de bevoegde controleinstanties per radio op de hoogte te brengen van het binnenvaren en het verlaten van bovenbedoeld gebied.
4. De specifieke controlemaatregelen die vermeld zijn in de voetnoot in bijlage II, zullen worden vastgesteld onverminderd artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 2057/82 van de Raad van 29 juni 1982 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Lid-Staten[4] en artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 171/83 van de Raad van 25 januari 1983 houdende bepaalde technische maatregelen voor het behoud van de visbestanden[5].
[4] PB nr. L 220 van 29.7.1982. blz. 1.
[5] Zie blz. 14 van dit Publikatieblad.
5. De uitvoeringsbepalingen en de procedure voor het opstellen van de vergunningen en voor de mededelingen over de verplaatsingen van de vissersvaartuigen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 14.