Art. 6 Verordening (EEG) nr. 170/83

Verordening (EEG) nr. 170/83

1. Vanaf 1 januari 1983 tot en met 31 december 1992 mogen de Lid-Staten de regeling handhaven die is vastgesteld in artikel 100 van de Toetredingsakte van 1972 en mogen zij, voor alle wateren die onder hun soevereiniteit of jurisdictie vallen, de in genoemd artikel vastgestelde grens van 6 zeemijl over de gehele linie brengen op 12 zeemijl.

2. Naast de visserijactiviteiten in het kader van de nabuurschapsbetrekkingen tussen de Lid-Staten, worden de visserijactiviteiten in het kader van de in lid 1 vastgestelde regeling uitgeoefend overeenkomstig de regelingen opgenomen in bijlage I bij deze verordening, waarin voor elke Lid-Staat worden vermeld de gebieden in de kustwateren van de andere Lid-Staten waar en de soorten ten aanzien waarvan die activiteit mag worden uitgeoefend.

Uitspraken die dit artikel aanhalen