Art. 6 Richtlijn 83/182/EEG, Vrijstelling voor de tijdelijke invoer van rijpaarden in het kader van het toerisme te paard
Belastingvrijstelling als bedoeld in artikel 1 wordt in iedere Lid-Staat voor een tijdvak van drie maanden bij de tijdelijke invoer van rijpaarden verleend onder de volgende voorwaarden :
a) de rijpaarden moeten op het grondgebied van de Lid-Staat van tijdelijke invoer binnenkomen met het oog op en/of tijdens door hun ruiters gemaakte trektochten . De Lid-Staten mogen de invoer van paarden met een vervoermiddel , wanneer deze geschiedt door hun ingezetenen , uitsluiten van de belastingvrijstelling ;
b) de vrijstelling moet uiterlijk bij het binnenkomen op het grondgebied van de Lid-Staat van tijdelijke invoer worden aangevraagd . Wordt zij voor de tijdelijke invoer aangevraagd , dan kan de ruiter worden vrijgesteld van de verplichting om via een grenspost op het grondgebied van de Lid-Staat van tijdelijke invoer binnen te komen ;
c) de rijpaarden mogen noch worden verhuurd , noch uitgeleend , noch overgedragen aan derden in de Lid-Staat van tijdelijke invoer , noch gebruikt voor andere doeleinden dan de trektocht .