Art. 1 Richtlijn 83/182/EEG, Werkingssfeer
1. De Lid-Staten verlenen onder de hierna vastgestelde voorwaarden bij de tijdelijke invoer uit een Lid-Staat van motorvoertuigen - met inbegrip van de aanhangwagens daarvan - , caravans , pleziervaartuigen , sportvliegtuigen , rijwielen en rijpaarden vrijstelling :
- van omzetbelasting , accijnzen en alle andere verbruiksbelastingen ;
- van de in de bijlage genoemde belastingen .
2. De in lid 1 bedoelde vrijstelling geldt eveneens voor de normale reservedelen , het normale toebehoren en de normale uitrusting die meegevoerd worden met de vervoermiddelen .
3. Bedrijfsvoertuigen zijn van de in lid 1 bedoelde vrijstelling uitgesloten .
4. a ) De werkingssfeer van deze richtlijn strekt zich niet uit tot de tijdelijke invoer van personenvoertuigen , caravans , pleziervaartuigen , sportvliegtuigen en rijwielen voor persoonlijk gebruik die niet onder toepassing van de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat zijn verkregen of ingevoerd en/of die , uit hoofde van de uitvoer , in aanmerking komen voor ontheffing of teruggave van omzetbelasting , accijnzen of andere verbruiksbelastingen .
Vervoermiddelen die zijn verkregen in omstandigheden als bedoeld in artikel 15 , punt 10 , van Richtlijn 77/388/EEG ( 4 ) worden voor de toepassing van deze richtlijn beschouwd als te hebben voldaan aan de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat ; de Lid-Staten kunnen evenwel vervoermiddelen die zijn verkregen onder de in het derde streepje van genoemd punt 10 bedoelde voorwaarden , beschouwen als niet te hebben voldaan aan deze regels ,
b) Voor 31 december 1985 stelt de Raad met eenparigheid van stemmen , op voorstel van de Commissie , de communautaire regels vast voor de toekenning van de vrijstellingen voor de sub a ) , eerste alinea , bedoelde vervoermiddelen , er daarbij rekening mee houdend dat dubbele belasting moet worden voorkomen en dat vervoermiddelen voor persoonlijk gebruik normaal en volledig moeten worden belast .