Art. 11 Richtlijn 83/181/EEG
1. Behoudens het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 15 wordt vrijstelling verleend voor huwelijksuitzetten en inboedel , zelfs indien nieuw , die toebehoren aan een persoon die zijn normale verblijfplaats van een land buiten de Gemeenschap naar het grondgebied van een Lid-Staat overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk .
2. Vrijstelling wordt eveneens verleend voor de gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk aangeboden geschenken die door personen die hun normale verblijfplaats buiten de Gemeenschap hebben , worden gezonden aan een persoon die voldoet aan de in lid 1 genoemde voorwaarden . De vrijstelling is van toepassing op geschenken waarvan de waarde per eenheid niet meer bedraagt dan 200 Ecu . De Lid-Staten kunnen evenwel een vrijstelling van meer dan 200 Ecu verlenen mits de waarde van elk geschenk dat met vrijstelling mag worden ingevoerd , niet meer bedraagt dan 1 000 Ecu .
3. De Lid-Staten mogen de vrijstelling voor de in lid 1 bedoelde goederen afhankelijk stellen van de voorwaarde dat op de betrokken goederen hetzij in het land van oorsprong , hetzij in het land van herkomst , de douanerechten en/of belastingen zijn geheven welke daar normaal op slaan .