Art. 6 Richtlijn 83/181/EEG
Behoudens bijzondere omstandigheden , wordt de vrijstelling slechts verleend voor persoonlijke goederen die voor het verstrijken van een termijn van twaalf maanden , te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in de Lid-Staat van invoer heeft gevestigd , voor de definitieve invoer zijn aangegeven .
De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in de vorige alinea bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden .