Art. 9 Richtlijn 83/181/EEG

Richtlijn 83/181/EEG

1. Indien de belanghebbende het land buiten de Gemeenschap waar hij zijn normale verblijfplaats had , ingevolge beroepsverplichtingen , verlaat zonder deze normale verblijfplaats tegelijkertijd op het grondgebied van een Lid-Staat te vestigen , maar met de bedoeling deze daar later te vestigen , kunnen de bevoegde autoriteiten vergunning verlenen tot invoer met vrijstelling van de persoonlijke goederen die hij daartoe naar genoemd grondgebied overbrengt .

2. De invoer met vrijstelling van de in lid 1 bedoelde persoonlijke goederen is aan de in de artikelen 2 tot en met 7 genoemde voorwaarden onderworpen , met dien verstande dat :

a) de in artikel 3 , sub a ) , en in artikel 6 , eerste alinea , genoemde termijnen worden berekend vanaf de datum van invoer ;

b) de in artikel 7 , lid 1 , bedoelde termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats daadwerkelijk op het grondgebied van een Lid-Staat vestigt .

3. Invoer met vrijstelling is bovendien onderworpen aan een verbintenis van de belanghebbende om zijn normale verblijfplaats op het grondgebied van een Lid-Staat te vestigen binnen een periode die naar gelang de omstandigheden wordt vastgesteld door de bevoegde autoriteiten . Deze kunnen eisen dat aan deze verbintenis een zekerheidstelling wordt verbonden , waarvan zij de vorm en het bedrag vaststellen .

Vorige artikelen

Volgende artikelen