Art. 5 Verordening (EEG) nr. 1964/82
1. De douaneformaliteiten voor uitvoer uit de Gemeenschap, voor leveranties als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2730/79 of voor het plaatsen van de produkten onder de regeling bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80, moeten worden vervuld in de Lid-Staat waar de in artikel 2 bedoelde verklaring is aanvaard.
2. De douane-autoriteit vermeldt in vak 11 van het »attest uitgebeend vlees" het nummer en de datum van de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2730/79 bedoelde verklaringen.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de regeling van artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 vermeldt de douane-instantie het nummer en de datum van de vooruitbetalingsaangiften bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 798/80 van de Commissie (1).
Zo nodig worden deze gegevens op de achterzijde van het attest vermeld en door de douane-instantie gewaarmerkt.
3. Na het vervullen van de douaneformaliteiten voor de totale op het »attest uitgebeend vlees" vermelde hoeveelheid vlees die is verkregen door het uitbenen, wordt dit attest via administratieve weg toegezonden aan de instantie waaraan de betaling van de uitvoerrestituties is opgedragen.