Art. 2 Verordening (EEG) nr. 1964/82
1. De handelaar dient bij de door de Lid-kStaten aangewezen bevoegde instanties een verklaring in waarin hij het voornemen te kennen geeft de in artikel 1 bedoelde achtervoeten, met inachtneming van de in deze verordening gestelde voorwaarden, uit te benen en de totale hoeveelheid delen zonder been, elk afzonderlijk verpakt, uit te voeren.
2. In de verklaring moet met name de omschrijving en de hoeveelheid van de uit te benen produkten worden vermeld.
Deze verklaring dient vergezeld te gaan van een attest waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 32/82 en dat is afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 2, eerste zin, van die verordening. De opmerkingen B en C en ook vak 11 van dit attest zijn echter niet van toepassing. Het bepaalde in artikel 3 van genoemde verordening is mutatis mutandis van toepassing op de produkten die onder de in lid 3 bedoelde controle worden geplaatst.
3. Bij aanvaarding van de verklaring door de bevoegde instanties, die er de datum van aanvaarding op vermelden, worden de uit te benen achtervoeten onder controle van deze instanties geplaatst. Zij constateren het nettogewicht van deze produkten en vermelden dat in vak 7 van het in lid 2 bedoelde attest.