Art. 3 Verordening (EEG) nr. 1964/82
De termijn waarbinnen de achtervoeten moeten worden uitgebeend, bedraagt, behalve in geval van overmacht, tien werkdagen vanaf de dag van aanvaarding van de in artikel 2 bedoelde verklaring.
De termijn waarbinnen de achtervoeten moeten worden uitgebeend, bedraagt, behalve in geval van overmacht, tien werkdagen vanaf de dag van aanvaarding van de in artikel 2 bedoelde verklaring.