Art. 10 Eerste Richtlijn 79/267/EEG

Eerste Richtlijn 79/267/EEG

1. Elke Lid-Staat verlangt van een onderneming waarvan het hoofdkantoor op het grondgebied van een andere Lid-Staat is gevestigd en die voor de opening van een agentschap of een bijkantoor een vergunning aanvraagt , dat zij :

a) haar statuten en de lijst van haar bestuurders overlegt ;

b) een certificaat overlegt , afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar het hoofdkantoor is gevestigd , waarin wordt verklaard in welke branches de betrokken onderneming gemachtigd is werkzaam te zijn en dat zij beschikt over het minimum van het garantiefonds of , zo dit hoger is , over het minimum van de solvabiliteitsmarge , berekend overeenkomstig artikel 19 , en waaruit blijkt in welke branches zij daadwerkelijk werkzaam is alsmede welke de in artikel 11 , lid 1 , sub e ) , bedoelde financiële middelen zijn ;

c) een programma van werkzaamheden als bedoeld in artikel 11 overlegt ;

d) een algemeen gevolmachtigde aanwijst die zijn woon - en verblijfplaats heeft in het ontvangende land en aan wie voldoende bevoegdheden zijn verleend om de onderneming ten opzichte van derden te verbinden en om haar tegenover de autoriteiten en de rechterlijke instanties van het ontvangende land te vertegenwoordigen ; indien de gevolmachtigde een rechtspersoon is , dient deze zijn hoofdkantoor te hebben in het ontvangende land en op zijn beurt een natuurlijk persoon aan te wijzen die voldoet aan de boven gestelde voorwaarden , ten einde hem te vertegenwoordigen . De Lid-Staat mag de erkenning van de aangewezen gevolmachtigde slechts weigeren om redenen welke verband houden met de betrouwbaarheid of met de technische kennis , voor zover deze behoren tot de voorwaarden die worden gesteld aan de leiders der ondernemingen die hun hoofdkantoor op het grondgebied van de betrokken Staat hebben .

2. Elke Lid-Staat stelt voor de uitbreiding van de werkzaamheden van het agentschap of bijkantoor tot andere branches , dan wel tot andere delen van het grondgebied in het geval als bedoeld in artikel 6 , lid 2 , sub d ) , de eis dat degene die de vergunning aanvraagt een programma van werkzaamheden overlegt overeenkomstig artikel 11 en voldoet aan de in lid 1 , sub b ) , van dit artikel , gestelde voorwaarden .

3. De huidige coordinatie belet de Lid-Staten niet bepalingen toe te passen die voor alle verzekeringsondernemingen de noodzaak behelzen van een goedkeuring van de algemene en bijzondere voorwaarden van de overeenkomsten , van de technische grondslagen , inzonderheid de berekening van de tarieven en de in artikel 17 bedoelde voorzieningen , en van elk ander document dat voor de normale uitoefening van het toezicht vereist is .

4. Bovenstaande bepalingen mogen niet inhouden dat bij de behandeling van de aanvraag van een vergunning de behoeften van de economie in aanmerking worden genomen .

Vorige artikelen

Volgende artikelen