Art. 12 Verordening (EEG) nr. 1391/78
1. De Lid-Staten kunnen bepalen dat bij nietnakoming van de uit de premieregeling voortvloeiende verplichtingen als gevolg van overmacht die zich voordoet na de dag van goedkeuring van de premieaanvraag de reeds betaalde premiebedragen niet teruggevorderd worden en eventueel het tijdvak van niet in de handel brengen of van omschakeling voor een bepaalde tijd geschorst en overeenkomstig verlengd wordt .
2. Niet-terugvordering kan met name verantwoord zijn in geval van :
a) overlijden van de begunstigde , indien hij het bedrijf zelf beheerde ,
b) langdurige ongeschiktheid van de begunstigde om zijn beroep uit te oefenen , indien hij het bedrijf zelf beheerde ,
c) onteigening van een aanzienlijk deel van het bedrijfsareaal van de begunstigde , voor zover deze onteigening niet te voorzien was op de dag waarop de aanvraag werd ingewilligd .
3. Schorsing kan met name verantwoord zijn in geval van :
a) zware natuurrampen waardoor het bedrijfsareaal van de begunstigde ernstig wordt getroffen ,
b) onopzettelijke vernieling van de rundvee - of schapestallen van de begunstigde ,
c) een epizootie die de rundvee - of schapestapel van de begunstigde geheel of ten dele heeft getroffen .
4. De Lid-Staten delen de Commissie de gevallen van overmacht mede die door hen als zodanig zijn erkend .