Art. 3 Verordening (EEG) nr. 1078/77

Verordening (EEG) nr. 1078/77

1. Om voor de omschakelingspremie in aanmerking te komen , dient de producent ten genoegen van de bevoegde instanties aan te tonen

- dat hij gedurende het kalenderjaar 1976 ten minste 50 000 kg melk of het equivalent ervan in zuivelprodukten heeft geleverd , dat hij nog een evenredig aantal melkkoeien in zijn bedrijf houdt en dat hij nog steeds overeenkomstige hoeveelheden levert

of

- dat hij op de datum van goedkeuring van zijn aanvraag ten minste 15 melkkoeien , inclusief drachtige vaarzen , op zijn bedrijf houdt .

In beide gevallen moeten de overeenkomstige hoeveelheden melk nog worden geleverd op de datum waarop de aanvraag wordt goedgekeurd ; indien dit niet het geval is zal de premie , behalve in bepaalde nog vast te stellen speciale gevallen , dienovereenkomstig worden verminderd .

2. Toekenning van de omschakelingspremie is afhankelijk van de verbintenis van de producent om :

a) gedurende de omschakelingsperiode geen melk of zuivelprodukten afkomstig van zijn bedrijf tegen betaling of gratis te leveren ;

b) vanaf de dag van indiening van de aanvraag tot het einde van de omschakelingsperiode , de in artikel 2 , lid 2 , eerste alinea , sub b ) , vastgestelde voorwaarden in acht te nemen ,

c) gedurende de omschakelingsperiode op zijn bedrijf een gemiddeld aantal vee-eenheden of schapen aan te houden , dat ten minste gelijk is aan het aantal dat op de referentiedatum op hetzelfde bedrijf werd gehouden .

De omschakelingsperiode duurt vier jaar en begint uiterlijk aan het einde van de zesde maand na de datum waarop de aanvraag wordt goedgekeurd .

3. Ingeval de producent koeien blijft houden , moet hij , om in aanmerking te komen voor de premie , ten genoegen van de bevoegde instanties aantonen dat hij zijn bestand zodanig heeft aangepast dat uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de dag waarop de aanvraag is goedgekeurd ten minste 80 % van het aantal koeien of drachtige vaarzen op het bedrijf bestaat uit vrouwelijke dieren welke de kenmerken vertonen van een der erkende vleesrassen of uit vrouwelijke dieren die verkregen zijn door kruising met een stamboekstier die tot een van deze rassen behoort , of , bij gebreke daarvan , voldoende waarborgen biedt inzake de geschiktheid om de wezenlijke kenmerken van dat ras op zijn nakomelingen te doen overgaan .

Vorige artikelen

Volgende artikelen