Art. 11 Tweede Richtlijn 77/91/EEG

Tweede Richtlijn 77/91/EEG

1. De verkrijging door de vennootschap van enig aan een in artikel 3 , sub i ) , bedoelde persoon of vennootschap toebehorend vermogensbestanddeel voor een tegenwaarde die ten minste 1/10 gedeelte van het geplaatste kapitaal bedraagt , wordt op de wijze als omschreven in artikel 10 onderzocht en openbaar gemaakt en wordt aan de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders onderworpen , wanneer deze verkrijging plaatsvindt binnen een door de nationale wetgeving vast te stellen termijn van ten minste twee jaar te rekenen vanaf de oprichting van de vennootschap of de verkrijging van de toestemming om de werkzaamheden aan te vangen .

De Lid-Staten kunnen deze bepalingen ook toepassen wanneer het vermogensbestanddeel aan een aandeelhouder of aan een andere persoon toebehoort .

2. Lid 1 is niet van toepassing op verkrijgingen in het gewone bedrijf van de vennootschap , noch op verkrijgingen op last of onder toezicht van de overheid of de rechter , noch op verkrijgingen ter beurze .

Vorige artikelen

Volgende artikelen