Art. 9 Verordening (EEG) nr. 101/76
1. Ten einde een rationele ontwikkeling van de visserijsector in het kader van de economische expansie en sociale vooruitgang te bevorderen en ten einde aan de bevolking die van de visserij leeft een redelijke levensstandaard te waarborgen , moeten de in artikel 1 bedoelde bijzondere maatregelen met het oog op passende acties bijdragen tot
- toeneming van de produktiviteit door een aan de technische vooruitgang aangepaste herstructurering van de vissersvloten en van de andere produktiemiddelen en door intensivering van het opsporen van nieuwe visgronden en het zoeken naar nieuwe visserijmethoden ;
- aanpassing van de produktie - en verhandelingsvoorwaarden naargelang van de eisen van de markt , met name door de ontwikkeling van de conserverings - en behandelingsinstallaties , die noodzakelijk is om de acties van de producentenorganisaties doeltreffender te maken ;
- verbetering van de levensstandaard en de levensomstandigheden van de bevolking die van de visserij leeft , in samenhang met de technische vooruitgang .
2. Voor zover zij betrekking hebben op de doelstellingen van artikel 39 , lid 1 , sub a ) , van het Verdrag , kunnen de bepalingen van lid 1 ten uitvoer worden gelegd via gemeenschappelijke acties in de zin van artikel 6 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2788/72 ( 4 ) .